Het metalen kind

Toen de storm in zicht was en wij in het hart,
waar de wind stil was en de zee spiegelglad,
hoorde ik de angst en de liefde in haar stem.
De koers was gezet.
 
Met één roer en zonder wind in de zeilen, volle kracht vooruit,
zo ineens gevangen in het centrum van de storm,
waar windkracht 11 de touwen tegen de mast sloeg
en het zeeanker ons enige roer had gevangen.
 
Zonder angst stapte je overboord
om met jouw sterke handen het roer te bevrijden.
Je kind te redden van de ondergang.
 
Ik danste in de kleine boot
terwijl de golven met ons speelden.
Net als vroeger keek ik door het raam,
nieuwsgierig naar de kracht van de natuur.

Daar zag ik hoe tien meter hoge golven breken
en lijken op bergen met sneeuw,
en hoe de albatros zonder zijn vleugels te bewegen
als een engel door de storm vliegt.
 
Als het rustig wordt en je vriend Orion vertrokken is,
haal je vermoeid het zeeanker binnen en varen we verder.
Dan ontdek je dat het laatste roer gezonken is
en de hoop, om jouw kind naar een veilige haven te zeilen, verloren.
 
Het huizenhoge monster van ver komt ons halen.
We klimmen de hoge ladder naar vreemde talen.
Het metalen kind ligt nu nog vredig te dobberen,
gaat spoedig haar roer achterna,
naar de onbekende duisternis.
 
Je kijkt nog één keer om en spreekt die nacht je laatste woorden:
“She still looks fine.”
 
Je hebt gefaald voor jezelf.
Toch zijn er geen tranen om verlies
van een metalen kind met een buik vol eten.
Als alles verloren lijkt te zijn is daar de grootste les.
Er gaan nog steeds kinderen dood van de honger.
 
Je bent mijn held.